NL


Mijn werk vertrekt vanuit een bewuste en intuïtieve manier van kijken. Ik ben gefascineerd door hoe perceptie ontstaat uit herinnering, tijd en ruimte. Vanuit die aandacht herinterpreteer ik fragmenten van de wereld tot een eigen beeldtaal: een plek waar zien en voelen samenvallen, momenten van aanwezigheid waarin kijken een wederkerige beweging wordt.


Mijn praktijk ontwikkelt zich in cycli: beelden ontstaan, worden ervaren en keren in andere gedaantes terug. Fragmenten en sporen vormen een levende onderlaag waarop nieuw werk zich hecht. Vaak vertrek ik vanuit experimentele voorstudies waarin ik zoek naar momenten van spanning of resonantie die later uitmonden in grotere tekeningen.

Tekenen is voor mij een vorm van aandacht schenken. Zorgvuldig probeer ik een tussenruimte zichtbaar te maken in een harmonieus spel van contrasten: tussen realiteit en verbeelding, herkenning en bevreemding, toeval en beheersing. Houtskool is dan ook meer dan tekenmateriaal; het is schilderen met stof, opbouwen en wegnemen tot een beeld klopt. De gelaagdheid van het materiaal weerspiegelt de gelaagdheid van het zien zelf, hoe indrukken en herinneringen zich doorheen de tijd tot nieuwe beelden verweven.


Uiteindelijk gaat mijn werk over onze verhouding tot wat ons omringt: hoe we ervaren, betekenis geven en ruimte maken voor wat nog niet zichtbaar is. Door tijd te nemen in het maken, nodig ik ook de kijker uit om tijd te nemen in het kijken — een trage uitwisseling van aandacht tussen maker, beeld en toeschouwer.


(Tiemke, 2025)


EN


My work begins from a conscious and intuitive way of seeing. I am fascinated by how perception is shaped by memory, time, and space. From this attentiveness, I reinterpret fragments of the world into my own visual language, a place where seeing and feeling coincide, moments of presence in which looking becomes a reciprocal act.


My practice unfolds in cycles: images emerge, are experienced, and return in altered forms. Fragments and traces create a living underlayer to which new work attaches itself. I often start from experimental studies, searching for moments of tension or resonance that later evolve into larger drawings.

Drawing, for me, is a way of giving attention. I carefully try to make an in-between space visible, a harmonious play of contrasts between reality and imagination, recognition and estrangement, chance and control. Charcoal is more than a drawing material; it is painting with dust, building up and erasing until an image feels right. The layered nature of the medium mirrors the layered nature of seeing itself and how impressions and memories weave through time into new images.

Ultimately, my work explores our relationship with what surrounds us: how we experience, assign meaning, and make room for what is not yet visible. By taking time in the act of making, I invite the viewer to take time in the act of looking — a slow exchange of attention between maker, image, and observer.


(Tiemke, 2025)


FRAME-DirtyDrawings-Z33-_MG_6936-2
opstelling BAD
IMG_3543